
Huisman heeft baas nodig
27 februari 2004

Eigenlijk is het huisman zijn niet zo ideaal voor mij als ik wel eens wil doen voorkomen. Ik ken mezelf inmiddels (en dat mag ook wel na veertig jaar), en een vaste baan zou beter zijn voor mij. Vaste tijden en een baas die me op mijn vingers kijkt. En waar ik me dan weer lekker tegen kan verzetten en op kan kankeren. Had ie maar geen baas moeten worden. Nu ben ik eigen baas, en dat lijkt voor mensen die elke morgen om zes uur moeten opstaan om naar die zure baas te gaan heerlijk, en dat is het soms ook, maar ik heb er problemen mee.
Het probleem is een gebrek aan motivatie en aan initiatieven. Als ik ’s morgens de kinderen niet naar school hoef te brengen, heb ik ook geen reden om op te staan. En doe ik het ook pas als ik door een volle blaas en honger en zin in koffie om een uur of elf in feite door mijn lichaam gedwongen wordt. Ik ben dan wel eigen baas, maar ik ben een slechte baas. Veels te slap. Deadlines komen dichterbij, en hoe meer werk er ligt te wachten, hoe moeilijker het wordt om er aan te beginnen. En het vreemde is: als ik eenmaal bezig ben, dan ga ik als een speer. Hoe meer ik doe, hoe meer ik er zin in krijg. Is dat niet vreemd? Eenmaal aan het schrijven, is er geen houwen meer aan. Ben ik eenmaal aan het stofzuigen, dan moet het hele huis er aan geloven. Koken? Pas om halfzes gaat het fornuis aan, maar dan staat er om kwart over zes een maaltijd, waar een ander uren over zou doen. Ik stel het allemaal uit omdat ik blijkbaar graag onder druk werk.
Maar niet te veel druk, want dan wordt ik weer chagrijnig. Ik zoek steeds maar naar een evenwicht. Ondertussen heb ik toch maar mooi een stukje dagboek getikt. Dat was nodig, want het is tenslotte geen weekboek.